Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had, wordt verklaard. God zou dan Adam hebben aangewezen om van het Paradijs uit, de gansche aarde voor God te heroveren, iets, dat eerst aan den tweeden Adam, Christus, gelukte.

Onder hen noemen wij den reeds hiervóór aangehaalden Franschen theosoof St. Martin; Jacob Böhme, Fr. Schlegel in zijn „Philosofie des Levens". Heinrich Kurtz, professor in de theologie te Dorpat, schrijft desgelijks: „In het eerste verhaal in den bijbel stuiten wij dadelijk op de raadselachtige uitdrukking: thohu va bohu, op die woestenij, dat ledige, die duisternis, waarin de eerste blik van den heiligen ziener, de aarde, die door het scheppingswerk der zes dagen tot woonplaats van licht en volheid van leven zou worden, aanschouwde. Deze verwoesting was ongetwijfeld een gevolg van den val der engelen. Hieruit maken wij dan verder de gevolgtrekking, dat die oerwereld de woon- en werkplaats was van eenige engelen, die tegen God opstonden en daardoor hun koninkrijk verloren en genoodzaakt waren hun woonstede te verlaten. De herstelling daarentegen was een uitvloeisel van het goddelijke raadsbesluit, waardoor Hij Zijn wereldplan niet laat verwoesten. Krachtens dat raadsbesluit, heft Hij een gansche wereld vol leven, die in het verderf gestort was, weder uit den stroom van het verderf op; Hij drijft den verderver uit haar uit, en zet een nieuwen bewoner en heerscher, den menscli, in zijn plaats. Hieruit volgt voor ons verder, dat de mensch in de plaats van Satan en zijne engelen getreden, ook geroepen was hun onafgewerkte taak te

Sluiten