Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den bijbel, in de taal, in den droom, in het visioen. Water is leven en ontstaan, verwoesting en vruchtbaarheid, zegen en vloek. Het water der genade, afgebeeld in den doop, bluscht het toornevuur des duivels. Ook het feit, dat water, in een heet vuur geworpen, spoedig ontleed wordt in zijn elementen, en met dubbelen gloed brandt, stemt overeen met de hoogere, geestelijke physica, volgens welke de duivelsche haat tegen God, ook de genade en waarheid gebruikt tot het heeter doen branden van zijn hellevuur, en juist tegenover den Geest Gods de zonde tegen den Heiligen Geest begaat. De profeet ziet uit den troon van den „ Oude van Dagen" een stroom vuurs ontspringen en de ziener Johannes uit den troon waarop God en het Lam zit een stroom van het water des levens als kristal. Vuur en water, deze geheimzinnige verschijningen, zijn uitvloeisels der Godheid, krachten der toekomende wereld. Van hen zijn ons water en ons vuur, symbolen, gelijkenissen. Wij wandelen hier op aarde tusschen vergankelijke, halfdoode afschaduwingen van eeuwige dingen, die oneindig schooner, levendiger, machtiger, voller aan genietingen zijn, dan de stroom en de vlam hier beneden.

„Een onmetelijke, heete, kokende oer-zee bedekte de aarde" zegt E. Reclus (La Terre bladz. 20—21). Over deze groote, bruischende, door inwendig vuur verhitte wateren, zweefde in de donkerheid, mysterieus de Geest Gods, zooals de vogel lang broedend zit op een ei, ook een vloeistof in donker omhulsel. Een geheimzinnige stroom van krachten doordringt daarbij

Sluiten