Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De oogen des Iieeren zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden" (Spr. 15 : 3). — „En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem" (Hebr. 4 : 13). — „Hij is het die daar zit bovenden kloot der aarde en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen" (Jes. 40 : 22). Hij, voor Wien duizend jaren zijn als één dag, ziet deze ontzaggelijke schepping leven en zich bewegen, groeien en afnemen, ontstaan ■en vergaan. Hij ziet hoe de bergen afbrokkelen en nieuwe bergketenen zich verheffen, hoe rivieren en zeeën droog worden en dalen vlak, hoe de vastelanden van gedaante veranderen en met hen het lot der volkeren. Hij ziet wereldrijken ontstaan, zich machtig uitbreiden en vergaan, zooals de bloem, die des morgens bloeit en 's avonds verwelkt. Hij, die geest is, ziet de wereld der geesten, waarvoor de mensch blind is, de engelen des lichts en der duisternis, hoe zij bezig met hunnen arbeid, nu eens in 't licht, •dan weer in de donkerheid de aarde omzweven. Hij ziet de tallooze dooden, die zich in de schaduw der aarde of onder de zeeën voor Hem zoeken te verbergen. „Voor Hem sidderen de schaduwen onder de y.eeën en hunne bewoners" in den scheool (het doodenrijk). Hij hoort de milloenen, die vermoord geworden zijn, van Abel af, hoe zij klagen en om wraak roepen. Hij ziet hoe zonde en ongerechtigheid toeneemt; Hij hoort het geroep, het gemor, de lastering en de verwensehing waarvan de atmosfeer der aarde siddert. En Hij, voor wien de toekomst open ligt als het heden, ziet het alles vernietigende gericht nader komen.

Sluiten