Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van toenemende afkoeling de atmosfeer rondom de aarde eerst zeer hoog en geheel ondoorzichtig, dunner en doorzichtiger moest worden, zoodat het licht worden kon op de oppervlakte der aarde ►welk licht bescheen toenmaals de aarde? Want toen en nog lang na den eersten scheppingsdag waren licht en warmte gelijkmatig verdeeld over de aarde, zoodat zij haar niet uit een punt dat buiten haar stond, in casu de zon, toegezonden werden. Wij zullen zulks laten zien bij de planten en ook volgens ongeloovige natuuronderzoekers wijzen verschillende verschijnselen daarop. Wat nu de warmte aangaat, die bij de schepping het mogelijk maakte, dat dezelfde planten groeiden aan den equator en aan de polen, men kan gereedelijk de toen nog hoogere warmte der aarde als oorzaak daarvan aannemen. Wat nu de lichtbron betreft, de natuurlijkste verklaring is deze, dat de aarde in de zonne-atmosfeer, die toen nog veel omvangrijker was, baadde, waardoor ook de nog vaagvervlietende, niet scherp begrensde zon, haar niet als zoodanig beschijnen kon. Intusschen is het ook mogelijk, dat de aarde, die toen vele honderdduizend millioen kilometer verwijderd was van haar tegenwoordige plaats, door een van die lichtende nevelen heenging, die wij in groot aantal aan den hemel waarnemen. Hierbij kwam ook nog, dat de aarde, die toen veel warmer was en dus meer warmte en tengevolge daarvan meer electriciteit in de wereldruimte uitstroomde, zich in veel helderder en constanter z. g. noorderlichten hulde dan tegenwoordig. Wij

Sluiten