Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den bijbel vormen licht en vuur tegenstellingen. God wil voor de zijnen zijn een lichtende zon der gerechtigheid, een licht op hun pad en in Zijn licht zullen zij liet licht zien. Christus, de zachtmoedige en de nederige van harte, wil als mensch niets te doen hebben met het vuur. Maar voor zijn vijanden is God een verterend vuur. Zoo verteert het vuur uit den hemel op het bevel van Elia de twee hoofdlieden met hunne vijftigen. Zoo zal eenmaal het vuur uit den hemel de volkeren verteren, die Satan, als hij weer vrij geworden is, tot een laatsten, wanhopigen strijd tegen God en de heilige stad heeft verzameld; en dit vuur zal om zich grijpen en de aarde met al wat er op is, verteren. Oer-licht! Eeuwig vuur, dat ook de ziel verteert! Welke geheimenissen !

De warmte, waarvan wij in het vorige hoofdstuk als van een kracht melding maakten, heeft in 't oog loopende en toch weinig bekende punten van overeenkomst met het licht. Ook zij spreekt zich uit door trillingen van de stof en de aether; zij is dus een zwakker voor ons oog onzichtbaar licht. Door de schoone onderzoekingen van Melloni en ook van Tyndall weten wij dat er verschillende warmtestralen zijn. Gelijk de verschillende stoffen, verschillende lichtstralen weerkaatsen, en hun kleuren daardoor ontstaan, dat de een rood, de andere groen licht in de oogen weerkaatst, zoo staan zij ook verschillend tegenover de warmtestralen. Deze zijn voor die, gene weer voor andere warmtestralen doordringbaar of ondoordringbaar, juister uitgedrukt diothermaan of thermaan. Zoo

Sluiten