Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij aan het strand ontdekt. Nog scherper is ons zien door verrekijker en microscoop, maar het veld dat wil overzien is veel kleiner. Het objectief van den grooten telescoop, een soort groote pupil, kan vergeleken worden met het oog van een reus, die twaalf maal grooter dan de groote pyramide, deze m de hand zou kunnen houden! Wij zouden daarmede duidelijk den Rijn kunnen zien op de maan, indien er daar rivieren waren. Met den microscoop echter kunnen wij in den waterdroppel de bacillen en nomaden zien waarmede andere, voor 't bloote oog nog a tijc onzichtbare dieren zich voeden; wij kunnen er de doorsnede en dikte mede meten van de bloe lichaampjes, waarvan er tot vier millioen in een droppel van ons bloed gaan. Maar zelfs dit zien de verte en van nabij vereenigd m een zelfde oog, zou toch nog maar een hoogst onvolkomen zien, een oneindige, zwakke nabootsing van het volkomen goddelijk zien zijn. Al dit zien - en het zien m t algemeen — heeft zijn grond hierin, dat God ziet. Waar zou het schepsel anders het gezicht vandaan halen? In Hem liggen de wortelen van alle leven, de krachten tot alle kennis, waarneming en gevoel. Hoe de oneindige Godheid, welke de hemelen der hemelen niet bevatten kunnen, in het eeuwige ongenaakbare licht ziet, weten wij met en wij zullen het ook nooit te weten komen, want zij blijft m eeuwigheid het geheim, dat voor geen geschapen wezen te doorgronden is. Toen zij echter in den Zoon tot scheppenden Logos werd, ontstond tegelijk object en subjec

Sluiten