Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot werk gearbeid; Hij voerde liet met goddelijke langzaamheid tot in de kleinste bijzonderheden uit.

Hij handelt ook na de schepping precies eender met zijn menschheid. Honderdtwintig jaar wacht Hij met den zondvloed. Vierhonderd jaar laat Hij zijn volk versmachten in Egypte, zonder naar hen om te zien (Ex. 3 : 7—9). Voor twee duizend jaar ging Christus heen om ons plaats te bereiden. „En wanneer ik u plaats zal bereid hebben, zal ik weder komen en u tot mij nemen". Zou Hij, die in zes aardsche dagen deze wereld zal hebben geschapen, ons niet door zijn groote liefde gedrongen, de woningen in het huis Zijns Vaders in „een menschelijke week" hebben kunnen bereiden? Maar wat zijn nu tweeduizend jaar voor Hem ? Twee dagen! Hoe ongemotiveerd en ongerijmd zou het zijn, eu hoe weinig in overeenstemming met Gods woord, wanneer deze God, die zoo majestueus kalm Zijn wereld regeert, deze wereld met haar millioenen nieuwe, nog nooit bestaan hebbende wezens, eenmaal met haast en grooten spoed in zes aardsche dagen van 12 uren zou hebben geschapen! Maar waartoe dan toch?

De -tweede vraag, die tot ons komt bij deze scheppingsdagen is deze: Waarom zouden er nachten geweest zijn? Staat er niet geschreven: „In God, den Vader des lichts, is geen verandering, noch wisseling van licht m donkerheid (Jak 1 : 17). Had deze God des lichts, niet voor de aarde een lichtschepping in ononderbroken licht kunnen scheppen als die deizonnen ? Waartoe maakte Hij zelf nachten er tusschen

Sluiten