Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met schoonheid en poëzie! En wij kruipen rond op aarde en beroemen er ons op, dat wij ons door geen poëzie laten bedriegen, maar alleen gelooven aan het nuchtere proza van geld verdienen en dagelijksch brood!

„De wolken," zeggen de Indiërs, „zijn de koeien van Indra, den god der lucht." Deze indruk van de wolken, krijgt men meer bepaald als de maan stil door deze kudden des hemels trekt. „O, Indras," zingen de Vedas, „de rook der stroomen vult u den beker." „De wolken" drukten de Scandinaviërs schoon uit „zijn de gedachten van IJmir, denaardreus"; terwijl Zeus voor de ouden was, de God van lucht en weder.

Hoe rijk is toch deze wereld der wolken aan vormen en kleuren, nooit vertoont zij een scherpe lijn, een harden omtrek, een schreeuwende kleur; hoe machtig in massa en toch zoo licht en sierlijk; hoe prachtig van kleur, hoe lichtend en somber! Dikwijls schijnt zij onbewegelijk, zij is het nooit; onveranderlijk schijnt zij, toch wisselt zij voortdurend; nu eens is zij vroolijk, gelukkig, dansend, dan schrikaanjagend, dreigend, een donkere muur aan den horizont. Vol majesteit, vol krachten eener lioogere wereld, gereed ze op aarde te slingeren, hoopen zich de cholerische, bliksemdragende cumuli op, nu eens majestueus, imposant op breede basis als een hemelsch gebergte dan met vaalgelen, demonisclien weerschijn, verderf dreigend, zwaar van hagel. Melancholisch in lange eentoonige lijnen uitgerekt trekken de stratus-

o

Sluiten