Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wolken daarheen, die Masius een teeder elegisch, bijna weemoedig beeld noemt, en verkondigen het weenen van den hemel. In voortdurenden zonneschijn, in de reinste, ijskoude lucht, gevormd uit ijskegels, die in de zonnestralen schitteren, zweven de lichte cirrhi, nog 10 kilometer hooger dan de hoogste bergen, hoog boven alle regen- en onweerswolken, daar waar het gewoel der aarde en het weenen der menschen verstomd is. Als wol- of sneeuwvlokken dansen deze vro olijke, sanguinische vederwolken, de vroolijke boodschappers van den wind en van het mooie weer, en bestrooien bij zonsondergang den hemel als met rozen. De laagste wolken echter, de apatische nimbus (regenwolk) omhullen de aarde met hunnen grauwen mantel; en bij langdurigen regen zwijgen de winden en de mensch. Parallel met deze formaties in de wereld van het water, dat boven is, met dit voortdurende spel en dit jagen der geesten, die in de lucht zijn, met hun verschillende, elkander bestrijdende temperamenten, loopen in ons eigen geestelijk bestaan stemmingen en luimen, wolken aan den hemel onzer ziel, ook deze vroolijk of somber, zich ver uitbreidend, bevruchtend of ook grauw en alles met een nevel omhullend.

Uit deze vier grondvormen ontstaan bijna ontelbare tusschenvormen en overgangen. Het is interessant de nu eens langzame, dan snelle vervorming dezer wolken gade te slaan. Die zich de moeite getroost de dikwerf zoo schoone vormen na te teekenen, zal zien, dat zij, hoewel op het eerste gezicht onbewegelijk,

Sluiten