Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en met schrik in 't hart, zien de stammen van het Noorden aan den oever op deze ontboeide natuurkrachten en waterkoningen. Maar ver boven alle staat de reus der stroomen, de Amazonerivier, die reeds een heel eind vóór zijn uitmonding meer dan honderd kilometer breed is (dat is meer dan vijfmaal zoo breed als de Bodenzee tusschen Friedrichshafen en Rohrshach), terwijl hij daarenboven meer dan tweehonderd meter diep is. Hij neemt rivieren in zich op, als de Madeira en de Tocantin, waarnaast Rhijn en Donau slechts beeken zijn. Indien hij buiten zijn oevers treedt, dan zet hij landen zoo groot als Duitschland diep onder water, en maandenlang wonen de Indianen op hooge boomen. „De rivier was verschrikkelijk" schrijft de Amerikaan Herndon, „een zee van gele, toornige, onverbiddelijke golven rolde door de woestenij, met groote kracht, met majesteit, schrik aanjagend, zonder einde; zij vrat weg groote eilanden, die in enkele uren, ja minuten, kleiner werden en in den stroom wegsmolten, de grootste boomen negen zich, als doodelijk getroffen, zij vielen in het water, zonken langzaam als drenkelingen en verdwenen in de diepte".

Onophoudelijk, dag en nacht, de eeuwen door snellen deze rivieren in al hun majesteit voort, zij bevochtigen landen en maken ze vruchtbaar, zij overstroomen landen en verwoesten ze, zij snellen voort zooals alles in deze tegenwoordige bedeeling, in den toorn en in de liefde Gods.

„Eenmaal", zoo staat er geschreven, zal uw

Sluiten