Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V

Land en Water.

„En God zeide: Dat de wateren van onder dm hemel in eene plaats vergaderd worden, en dat het drooge gezien worde! En het was alzoo. En God noemde het drooge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeem; en God zag dat het goed was". (Gen. 1 : 9, 10).

Uit de met water overdekte oppervlakte der iiarde, verhieven zich dus, naar luid van het hijbelsch bericht, de bergen en daalde de bodem der zee.

Wat leert ons daaromtrent de natuurwetenschap? De wetten der natuurkunde leeren en veelvoudige proeven met vloeibare kogels uit verse!lillende stoffen samengesteld bevestigen het, dat de eens vloeibaar heete aarde, zich door afkoeling bedekken moest met een, in den aanvang dunne en tamelijk gelijkmatige, effen korst; dat vervolgens vele stoffen, die bij niet zeer hooge temperatuur altijd nog gasvormig blij van, zooals zuurstof en waterstof om die aarde een atmosfeer moesten vormen. Eindelijk leert zij, dat uit deze atmosfeer bij voortgaande afkoeling een wereldzee zich als neerslag moest vormen, die gelijkmatig de geheele oppervlakte bedekte. Deze wetten, uit feiten afgeleid, leeren verder, dat op zulk een vaste korst a an een nog vloeibare kogel, zich allengs, tengevolge

Sluiten