Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de steenkolenbekkens aangevuld." Dat in het begin van de bergformatie de reactie en de strijd tusschen het inwendige vuur en de nog warme zeeën een veel heviger moet geweest zijn is zeker. Hij ging vergezeld van overstroomingen en omkeeringen, van aardbevingen, uitbarstingen van vuur en aschregens, van overstroomingen, zondvloeden en bergstortingen, zooals wij ze nu nog slechts in miniatuur kennen. De aardkorst met haar litteekens en scheuren levert ons daarvan het sprekend bewijs. Bij zulke formaties heerschte duisternis. Reeds de kleine \ esuvius hulde bij een uitbarsting een gedeelte van Zuid-Italië in diepe donkerheid. In het jaar 1007, vertellen de Japanners, hief zich, na zeven dagen en zeven nachten van de zwartste donkerheid, de vulkaan Toinmoura in ZuidKorea op, vier uren in den omtrek en meer dan 30Ö meters. Welk een nacht van duizende jaren moet er wel geheerscht hebben bij het ontstaan van de 1 yreneën niet alleen, maar vooral bij dat van de kolossen der Alpen, der Andes, van het Himalaja-gebergte; een nacht nog verdonkerd door het verdampen van ontzaggelijke hoeveelheden water. Hierbij komt, dat men rekening moet houden met den tijd die er noodig is voor het afkoelen van de lava — een kleine stroom van de Etna had daar tien jaren voor noodig, terwijl een andere van de Skaptar Jokul na vijf-en-zeventig jaren nog rookte.

„Bij iedere vormveranderingen nieuwe schepping \ schrijft Prof. Agassiz, „woedde het inwendige der aarde,. bergen ontstonden, zeeën werden uit hun bek-

Sluiten