Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zee ontbreken en wien de gemakkelijke, platte vlakte voldoende is, ja, die in zelfbehagen meenen, dat zij, wanneer zij maar niet vragen naar hoogte en diepte, doch zich tevreden stellen met de kinderlijke eenvoudigheid, juist bezitten die armoede ^ an geest, die door Christus zalig gesproken wordt. Echt arm zijn van geest is echter juist het tegendeel van zelfgenoegzame geestes-armoede. Gelijk de arme begeerig uitziet naar geld en goed en het hert dorst naar de waterstroomen, zoo verlangt de echt arme van geest naar volheid des geestes en kracht des geestes, en hongert en dorst hij naar gerechtigheid, d. w. z. naar geopenbaarde, werkelijk geworden waarheid. Hij hunkert niet alleen naar persoonlijke verlossing, naar de gerechtigheid voor hem door Christus verworven, maar naar die der gansche wereld; en hij voelt in zich een honger naar God, een ijver voor Gods eere, die God zoekt en zou willen vinden in al Zijn werk in Zijn geheele Schepping, en die geen rust kent voordat deze God hem alles in alles is geworden. Hij zegt niet meer: wat gaan mij de hoogten en diepten van het heelal aan en de eeuwige Godsgedachten, die daarin liggen opgesloten, ik ben er toch maar zeker van dat al mijn zonden vergeven zijn; neen gelijk de zoon van een groot meester, zich niet genoeg verdiepen kan in de werken zijns vaders zoo werpt hij zich ook met voorliefde op het Scheppingswerk des Vaders, door de engelen en „Zonen Gods" bewonderd en waarvan voor hem de belofte geldt: „Die overwint zal alles beërven !" (Openb. 21 . 7.)

Sluiten