Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetten, waarnaar in de wereldruimte dubbele en meervoudige gekleurde zonnen zich bewegen en door goddelijke krachten voortgedreven, door hun wonderspel het leven baren, dat in het middelpunt op geheimzinnige wijze altijd weer ontstaat. Zij zien verrukt de goddelijke individualiteit van iedere plant, het goddelijk woord, de betooverend schoone formule voor het getal en het leven, die het viooltje maakt tot viooltje en de lelie tot lelie, en zij verstaan hoe en waarom het stuifmeel en de zaadkorrel in zie 1 de macht hebben, in 't oneindige leven te baren,

alles en „een ieder naar zijn aard."

Maar deze hooge geesten zien nog dieper. Zij zien in de plant de twee oer-beginselen, het goede en het kwade. Uit deze twee principes, die m de zichtbare schepping uit elkander gingen, ontstonden

zelfs in den hof van Eden de goede boom des levens en

de kwade boom der kennis des goeds en des kwaads. Hier staan wij voor diepten, ja afgronden er schepping, die voor den gevallen geest slechts nacht en donkerheid zijn, maar die bij de schepping helder en klaar waren voor de zonen Gods, die haar aanschouwden, en die ons iets doen vermoeden van de groote beteekenis, van het oorspronkelijk gewicht van plant en boom. Hoe hoog, tot m den hemel toe, reikt niet de boom des levens, wiens vruchten eeuwig leven geven; „opdat Adam zijn hand me uitsteke, en neme ook van den boom des levens en leve in eeuwigheid!" Hoe diep, tot m de hel toe reikt niet de boom, die door de kennisse van

Sluiten