Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste en alleroudste overblijfselen van levensvormenvoor ons." (Vóór den Zondvloed. Pag. 127.) En natuurlijk moest de plant allereerst te voorschijn treden, zooals ook de bijbel ons meedeelt, omdat dieren, zooals wij het van de zeebewoners hoe langer zoo meer gaan inzien, in laatster instantie zich met planten voeden, en geen enkel dier van anorganische stof leeft. Eenzelfde plantengroei wijst nog op het karakter van den wijden, grenzenloozen oceaan; een gematigde temperatuur heerschte in het Noorden en onder de tropen; want de zon bescheen de aarde nog met. Naarmate allengskens de vastelanden zich meer en meer uit de wateren verhieven en het drooge gezien werd, groeiden ook daarop de wolfsdoornen en andere lage ' landplanten, tot in den steenkolentijd een ontzaggelijke plantengroei de nog met zeer hooge vastelanden bedekte. Groote, boomachtige varensin meer dan 500 soorten, wolfsklauwachtige lepidodendra in 40 soorten, boomhooge Calamiten; gelijkende op ons schaafgras of reusachtige asperges, 1 voet dik en tot 40 voet hoog, tigillariën, een soort palmstammen, bedekt met nerven van 1 meter dikte, eindelijk coniferen, voor een gedeelte verwant met de tegenwoordige Brasiliaansche arsucariën vormden de flora van dien tijd, wel is waar rijk maar eentoonig, en met de onze vergeleken aan soorten zeer arm Men ziet ook in deze schepping, hoe God gemakkelijk opklimt van het enkelvoudige tot het meer samengestelde. Zooals het bericht in den bijbel ons zegt, schiep God eerst „gras,kruid",zeegras, calamiten, varens;

Sluiten