Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iendier onder de sneeuw uitkrabbelt. In 't voorjaar ontdooit de bodem zoowat twee voet, daaronder bevindt zich een ondoordringbare bevroren laag die geen vochtigheid doorlaat. Door de gesmolten sneeuw wordt het mosdek tot een met water gevulde spons, waarin menschen en paarden tot de knieën wegzinken, zoodat de toendra bijna alleen in den winter op sleden door honden getrokken te bereizen is. Deze verlaten zee van mos, zou onbewoonbaar zijn, wanneer de dwergpijnboom of de kruipende ceder van Siberië er niet groeide, tegelijk boom, struik en rank, die zonder zich ooit hoog te verheffen, in boschjes groeit op een uitgestrektheid van enkele meters tot een hectare! In den winter ziet men er alleen eenige scherpe groene naalden van, die uit de sneeuw uitsteken; graaft men echter dieper, dan vindt men ondei de groene, stekende naalden, ook afgestorven witte stammen, die als buskruit branden. Zonder deze brandstof zouden groote stukken van Noordoost-Siberië heelemaal onbewoonbaar zijn."

Op het hooge gebergte tusschen Siberië en fartarije, staan als torens hooge dennen, menige eeuw oud, tot 200 hoog, zij breiden hunne afhangende takken \ er uit en doen in den winter denken aan reuzen in een sneeuwmantel. Die er op een slede voorbij reist houdt het uitgestrekte landschap voor onbewoond; als men er echter dichter bij komt en de geweldige takken uit elkander rukt, dan ziet men met verbazing rondom den ontzachelijken stam, kleine, ronde, uit vilt gebouwde hutten, als bijenkorven, waarin een

Sluiten