Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat alles doet nu de plant voor ons. Wat doen wij voor haar ? Voor menigeen misschien een zeer onverwachte vraag; want in ons kleinzielig zelfbehagelijk egoïsme, beschouwen wij de schepping als een voorwerp, goed voor uitbuiting, en wij zijn blijde en trots, wanneer wij er uit halen, wat ons, hoe dan ook, maar van dienst zijn kan. En toch ligt het in de logica der dingen, in de mathematiek van een normale wereld, die in orde is, dat geen dienst besta zonder wederdienst, opdat er niet noodzakelijk ergens of op eenigerlei wijze een deficit ontsta. God plantte een hof en zette den mensch daarin om hem te bebouwen. Hoe ver dit bebouwen van een paiadijsachtige plantenwereld door een zondeloos en onsterfelijk mensch ging, en hoe innig en rijk gezegend de verhouding, de betrekkingen tusschen mensch en plant en plant en mensch waren en hadden kunnen blijven, kunnen wij nu niet meer nagaan. Dat

zullen wij eenmaal in het paradijs ervaren.

ïj€ *

*

„Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid, zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht nacn zijn aard, welks zaad daarin zij.

Het wonder bij de plant is haar zaad, haar vrucht, dat ei, dat kindje, dat, gescheiden van de moeder, nog maanden, jaren, ja eeuwen lang sluimert, droomt tot de aanraking met den grond, het water, en de krachten der zon het uit zijn dikwijls zoo harde schaal te voorschijn roepen tot een vroolijken groei, tot voortbrenging van nieuw zaad, nieuwe

Sluiten