Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegvielen. Zoo keeren alle rozen-, duiven- en hondensoorten spoedig weer terug tot de oorspronkelijke wilde soort. Zoo wordt de boom uit zaad gekweekt, weer tot een wilde. Zoo bewijzen de ingebalsemde katten, ichneumon, krokodillen, ibissen van Oud-Egypte en evenzeer de bloemzaden, gevonden in Keltische graven en tumuli, dat sedert duizende van jaren zelfs onder-afdeelingen geen verandering heeft plaats gegrepen.

Op de meest krachtigste wijze bewijst de nog zeer kort geleden verworven kennis van het leven in diepe zee, hoe weinig invloed de „milieux" van Lamark en de omstandigheden en uiterlijke factoren invloed uitoefenen, op het ontstaan der soorten. In deze abijssaalstreken of rijken van den afgrond heerschen sedert ondenkbare tijden toestanden, die altijd dezelfde zijn, niet onder den invloed van dag en nacht ol jaargetijden staan, toestanden eener zichzelf gelijkblijvende, ijzigkoude temperatuur, ontzachehjken druk, en afwezigheid van licht, in hetzelfde zeewater. Volgens Darwins theorie zou zich nu hier een t_ype, een soort van kleurlooze dieren, zonder oogen hebben moeten ontwikkelen. In plaats daarvan vinden wij hier juist een verbazingwekkende verscheidenheid van de meest verschillende, aan vormen rijke, kleurigste organismen, vaak begaafd met ontzaggelijke oogen. W anneer nu de Darwinist daartegen aanvoert, dat er voor soortveranderingen zeer lange tijdperken noodig zijn, dan antwoordt de gezamenlijke geologie en palaeontologie, dat ook in de

Sluiten