Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vliegen, dan hoort zulk een beeld, dat maai' een quadraat centimeter aan den zichtbaren hemel voorstelt, tot liet meest verhevene wat de menschelijke geest heeft doorzocht. Ieder lichtpuntje stelt daar voor één, ja dikwijls meerdere ontzaggelijke werelden. Zoo fonkelt b.v. in het zuidelijke kruis een kleine ster, voor het bloote oog alleen bij zeer helderen hemel te zien en in den catalogus van het sterre beeld

aangeduid met K. een ster van de zesde grootte. Als

• •

men echter op deze ster een goeden verrekijker richt, dan ziet men vol verbazing een groep van honderd en tien zonnen van allerlei kleur, waaronder twee robijnroode, een marineblauwe, twee smaragdgroene, ook topaasgele en daartusschen vele die schitteren in witte pracht (Flammarion, De Sterren. Pag. 576.) Een parelsnoer van groote, hemelsclie edelgesteenten, waarbij de aarde een onaanzienlijk, grauw zandkorreltje gelijkt. Deze zonnen vormen stellig een liclitfamilie, die door allerlei krachten der aantrekking, der warmte, der electriciteit verbonden is. Door de eeuwen heen, voeren zij hun hemelschen rei-dans uit en prijzen met donderend sfeerengezang hun Schepper. Stellig zijn vele hunner, misschien alle, door planeten omgeven, waarop het leven in oneindige verscheidenheid, den Schepper en Oorsprong van het leven, prijst en lofzingt.

Welk een verscheidenheid en welk een voortdurende beweging onder die zonnen, die daar schijnbaar zoo rustig, ja onbeweeglijk aan het firmament fonkelen! Zij schitteren niet enkel in allerlei kleur,

Sluiten