Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gehenna, in het Paradijs. Zoo vat het woord Gods liet leven der menschen, der volken, der menschheid op. „Nog een kleine tijd en gij zult mij wederom zien" zegt Christus tot zijn apostelen, allereerst met het oog op zijn wederverschijnen na de opstanding. Maar hij roept het toch al zijn broederen toe, en nu zullen spoedig 2000 jaren na dien tijd voorbij gegaan zijn. Wat beteeken zij voor Hem? Een oogenblik. Zoo roept dan de eeuwige Vader aan Zijn gansche schepping toe even goed als aan Zijn volk en Hij vat daarin samen haar gansche geschiedenis en al haar tijden: „Een oogenblik heb ik u verlaten, maar met eeuwige barmhartigheid zal ik u weder tot Mij roepen.

Van meet af drong zich aan de denkende menschheid bij het zien van deze tallooze en voor een gedeelte matelooze werelden, de vraag op: hoeveel geest zou God met deze stof verbonden hebben of met andere woorden: Wat heeft God met het scheppen van zoo heerlijke werelden beoogd? Want dat voelen wij allen, de meening, dat God deze millioene werelden eenvoudig daartoe geschapen zou hebben, dat zij eeuwig dood, levenloos en geesteloos om elkander heen zouden wentelen en door de ruimte vliegen, is dwaas en in strijd met de geheele bijbelsche opvatting der schepping. Zou een God, die zich de levende noemt, en van Wien wij zien, dat hij op aarde ieder hoekje van Zijn schepping zooveel mogelijk tracht te gebruiken en ook den

Sluiten