Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichte atmosfeer, wolken, winden en zeeën en van Mars, ons het naaste, maar ook van Venus weten wij met tamelijk groote zekerheid, dat zij vastelanden, zeeën en ijsmassa's aan de polen hebben. Bij de beschouwing van deze zuster-aarden dringt zich onwederstaanbaar aan den sterrenkundige de gedachte op, dat deze werelden, evenals de aarde, de zetel moeten zijn van talrijke organismen en zielen. „Kortom", zegt Herder zeer fijn, „op iedere zusteraarde leeft, wat op haar leven kan!"

„Tot teekenen en tot gezette tijden en tot dagen en jaren" heeft God lichten gesteld aarj, het uitspansel des hemels. nEn het was alzoo^Vat Hij doet, staat vast. Wat het schepsel met moeite en inspanningtot stand brengt vergaat maar al te spoedig! Van deze teekenen aan den hemel begrijpen wij maar weinig. Indien Gods heelal een geheel is, dan zijn natuurlijk ook deze lichtende werelden, haar toe- en afnemen, haar verschijnen en verdwijnen, haar naderbij komen en zich verwijderen, teekenen voor ons. Maar waarvan zij teekenen zijn weten wij niet; eenmaal zullen wij het beter verstaan, wanneer de menschheid opgeschrikt uit haar slaap, de menscliheid die nu strijd voert om wat stof en slijk, het bemerkt, dat haar doodsuur geslagen heeft en dat zij nu van haar werk rekenschap heeft af te leggen. „En er zullen teekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde benauwdheid der volken, met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot

Sluiten