Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zee." Indien God — dit tusschen twee haakjes — het eens zoo geschikt had, dat de gezamelijke Juralagen, nu te vinden op de meest verschillende punten der aarde, op den bodem der tegenwoordige oceanen terecht gekomen waren, en ons alzoo onbekend waren gebleven, hoe zou menige geoloog spottend uitgeroepen hebben: Waar zijn dan toch die waterdieren, die de wateren overvloedig voortgebracht moeten hebben ? Ik vind geen spoor van deze schepping van den vijfden dag! Nu, wij zullen zien, dat er sporen genoeg van voorhanden zijn. Maar dat God dikwijls in datgene wat Hij ons omtrent Zijn schepping mededeelt, het groote vertelt en veel bijkomstigs, wat Hij ook wel wist, verzwijgt, dat is nu eenmaal Zijn manier van doen. De twijfelaar en de criticus moet toch ook wat hebben voor zijn moeite; hij moet iets vinden, waarop hij met inspanning van al zijn krachten in het zweet zijns aanschijns, zijn wijsheid, zijn bedilzucht, zijn bewuste of onbewuste haat tegen God steunen kan. God heeft ook den Satan toegestaan Zijn scheppingen vol licht altijd weer te overdekken met donkerheid, Zijn schepselen te vernietigen en over deze oogenschijnlijke zegepraal te jubelen. Hij laat het hem ook nu nog toe. Dat is ook een ontzachelijk bewijs van Gods grootheid en almacht!

De sporen van den vijfden scheppingsdag zijn onloochenbaar, men telt ze bij millioenen. Men behoeft slechts een museum van natuurlijke historie, bv. in Stuttgart, binnen te gaan en men vindt deze „zeemonsters" (zoo staat er in den grondtekst niet

Sluiten