Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

walvisschen, die als zoogdieren eerst veel later verschijnen) zooals de bijbel ze treffend noemt, half visch half krokodil. Deze Sauriërs hagedissen (van Sauros grieksch draak) van welke men volgens Prof. Fraas heden ten dage slechts één soort, die zoo groot als een hand is (Amblyrhynchus) kent, bij de Galapagoseilanden, waren de beheerschers der toenmalige zeeën. In vele soorten en groote getalen doorploegden zij de zee van Indië tot Europa, door hun lichaamsbouw konden zij leven aan de oppervlakte der zee, maar ook duiken tot op groote diepten. De ichthyosaurus (visch-hagedis) tot tien meter lang b.v. bewoonde en ontvolkte deze zeeën. Met zijn krokodilachtige snuit, zijn krachtige zwemvliezen en zijn lange staart, zwom hij nu eens op de oppervlakte, dan weer in de diepte. Opdat hij overal zou kunnen zien, waren zijn ontzachelijke oogen, vaak zoo groot als borden, zoo gebouwd, dat hij ze in sterk licht samentrekken kon en afsluiten door beenachtige platen, terwijl hij ze ook openen kon in hun volle grootte en ze waarschijnlijk wel zooals menige diepzeekreeft kon laten glanzen met een schrikwekkenden phosplioresceerenden gloed, wanneer hij in de donkere diepten jacht maakte op de scharen van inktvisschen en belemnietenslakken, wier verbrijzelde resten men nog in zijn maag vindt. De megalosauriër (reuzenhagedis) was nog grooter; deze reus moet meer dan twintig meter lang geweest zijn! Veel slanker en waarschijnlijk ook behendiger dan de dikke, dolphynachtige ichthyosaurus (vischliagedis) was de teleosaurus (krokodil). Deze was

Sluiten