Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bovendien over zijn geheele lichaam door sterke pantserplaten onkwetsbaar; terwijl zijn vraatzucht of te leiden valt uit het feit, dat men groote kiezelsteenen in zijn maag gevonden heeft.

Heel anders, nog zonderbaarder gevormd, was de plesiosaurus (zeedraak), die men vergeleken heeft met een schildpad, met den kop van een krokodil en de lange hals en staart van een slang. Het behoort tot het eigenaardige van deze eerste dieren, dat zij de eigenschappen, nu verdeeld over verschillende soorten in zich vereenigden; de ichthyosaurus (visch-hagedis) b.v. die van de alligator en de dolphijn. Eerst bij voortgaande ontwikkeling treedt een verscheidenheid aan den dag die telkens grooter wordt. De plesiosaurus (zeedraak) schijnt zich meer aan de oppervlakte opgehouden te hebben en met het scherpe gebit in zijn' kop, die op den langen hals zich naar alle zijden bewegen kon, zijn voedsel, bestaande uit nautilus- en ammonietsoorten tot zich genomen te hebben. Cuvier noemde hem: „dat dier der voorwereld, dat het meest den naam van monster verdient te dragen." In de moerassen echter waadde, waggelde en sprong ook een kleiner dik monster met het gebit van een draak in een kop die meters lang was, en die zat aan een kikvorschenlichaam, dat een tot drie meters mat, hij heette de labyrinthodon en had sterke achterpooten waarmede hij springen kon. Vroeger noemde men hem het handdier, cheirotherium, naar de veelvoudige afdruksels zijner pooten, welke op die van een dikgezwollen hand geleken.

Sluiten