Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dragen, lieele prairiën. Kleine zeenetels vullen als sagokorrels de poolzeeën vele vierkante mijlen; zij alleen reeds overtreffen in getal alle landdieren. Aan de visschen heeft God een bijna ongeloofelijke vruchtbaarheid geschonken. De kabeljauw heeft bijna drie millioen eieren en de groote steur van de Wolga draagt dikwijls meer dan een centenaar aan nietige eitjes, de z.g. kaviaar. In de koude zeeën, rondom IJsland, verzamelen zich jaarlijks vele schepen, en maandenlang vischt de manschap onophoudelijk kabeljauw. Als men bij stil weder in de diepte ziet, dan is zij dikwerf dicht beschaduwd met kleine streepen. Dat zijn de millioenen visschen, tamelijk groot, die welgeordend zwijgend hun geheimzinnigen weg gaan; hier en daar bliksemt het duizendvoudig op; de visschen hebben een oogenblik allen tegelijk metéén slag de zilveren kant naar boven gekeerd. De visscherij vermindert hun getal niet; elk jaar gieten de eindelooze scharen zich weer uit; van waar en waarheen weet de mensch niet.

Dit dierlijk leven der zee, wat een wonderbare wereld blijft het! Reeds aan de oppervlakte zwemmen blauwe velella's in den vorm van zeilbooten, violette schuimslakken, blauwe nachtslakken, want blauw is de grondtoon van de organismen, die in het water leven. Maar reeds op enkele honderd meters diepte heerscht een geheel ander leven. Daar wemelt het van zeeegels, gewapend met geweldige stekels en van scharlaken roode zeesterren; daar vormen dieren levende weiden en bewegelijk struikgewas, en sierlijke

20

Sluiten