Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vogel op hun hoed hebben of omdat zij te laf zijn om niet alle mode, al is zij nog zoo wreed en dom blind te volgen.

Eenmaal was de jacht, de strijd met de wilde dieren en het buit maken van hun vleesch, gebiedende plicht voor den man en zijn gezin, voor de oude volken, de Germanen en de Kelten. Zij moesten zich verdedigen tegen den beer en den wolf en den losch; hert en everzwijn als een welkome buit naar huis brengen, de wilde os en het wilde paard vangen en temmen. De jacht van onze dagen is niets dan een parodie, zij is geworden tot een kinderachtig en wreed spel. Laat niet de Engelschman vossen, in kisten verpakt, uit Frankrijk ingevoerd, los en jaagt hij ze niet dood op zijn snelle paarden. Schiet hij niet, met groote kosten gekweekte faisanten, en beklaagt hij zich dan niet op den koop toe, dat de vogels zoo tam zijn, dat ze niet eens voor de jagers wegvliegen willen'? Of is het geen parodie, wanneer op vorstelijke landgoederen, de drijvers, reeën en herten, die men 's winters zorgvuldig gevoerd heeft, opdrijven, opdat ze gemakkelijk neergeschoten zouden kunnen worden?

Wel ontstaan talrijke vereenigingen tot bescherming van dieren en waarlijk schoon is de taak, het dier en bepaaldelijk het huisdier, dat ons dient, zooveel mogelijk te beschermen en doelmatige werktuigen uit te vinden om zijn kracht ons ten nutte te maken. Omdat de meusch echter steeds veel gelijkt op den dronken boer van Luther, die nu eens

Sluiten