Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegelijkertijd dat onze waarnemingen in 't zondige lichaam onvolkomen geworden, ons niet meer voldoen.

Hoe deze zintuigen ons juist daartoe gegeven zijn, de uitwendige wereld waar te nemen, met de wereld buiten ons in verbinding te treden, ziet men daaraan, dat wij er ons eigen lichaam niet mee doorgronden kunnen. Het oog weet niet hoe het ziet, ziet niet in zichzelf, ook niet in het lichaam; het oor hoort zichzelf niet en hoort slecht gedempt het kloppen van het eigen hart. Zoo voelen en proeven wij niet hoe de maag verteert, hoe bloed tot vleesch en spieren wordt.

Dat de mensch zijn eigen lichaam niet kent, niet weet wat daarin gebeurt, op bloote vermoedens daaromtrent aangewezen is, hoort mede tot de groote raadselen van zijn aardsch bestaan.

Zoo mogelijk nog raadselachtiger dan het hoofd en de hersens is het andere middelpunt van het lichamelijk bestaan, het hart! „De verborgen mensch des harten" laat de Schrift zich hooren. Een spier, zeggen de physiologen met geringschatting, een kilo vleesch met vaste spanning en twee holten, bij den mensch niet grooter dan bij het kalf eetbaar en

smakelijk vertellen ons de inboorlingen van de -bicisjieilanden. In dit hart, verborgen in de borst, verbergt zich zeker de geest veel meer achter de stof dan in 't hoofd. Er zijn daar geen wonderbare apparaten, geen wereld van zenuwen en cellen ; meer een bijna overbluffende eenvoudigheid, schijnbaar slechts een stuk spierachtig vleesch. En deze spier schijnt niets van de wereld om haar heen te weten of te begeeren.

Sluiten