Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biddelijk, bijna verachtelijk: Halt, gij dwaas! En het hart legt er zich morrend bij neer en klaagt, dat het zijn stem niet volgen mag; dikwijls ontvlamt het in toorn, het zet zijn liefde en haat door, het laat zich niet overtuigen door gronden en bewijsvoeringen, het houdt zich voor grooter, edeler, hoogerstaand dan liet verstand. Groot is de macht van het hart! „Met het zwaard" zegt het Arabische spreekwoord „kunt gij den nek buigen, maar het hart alleen overwint het hart."

Nu eens geeft het leven den een gelijk, dan weer den ander; nu eens verheft deze stem des harten den mensch tot overwinnaar over de nietige vooroordeelen van het alledaagsche leven en maakt den mensch groot en vrij, dan weer maakt zij hem ellendig en zijn einde is waanzin en zelfvernietiging. Dan heeft toch Gods woord gelijk als het zegt: „Uit het hart zijn de uitgangen des levens." God verwijt niemand dat hij een zwak hoofd, maar wel dat hij een boos hart heeft. Het verstand vindt de formule dezer wereld, het hart wendt haar aan ten leven of ten doode.

Voor ons, die aan de opstanding des vleesches gelooven is het een interessante vraag, hoe zal het hoofd (het verstand) hoe het hart in 't verheerlijkte lichaam er uitzien? Hoe klaar en algemeen, hoe doordringend in bijzonderheden zal het verstand kennen, hoe warm met zoete zaligheid zal het hart gevoelen, liefhebben, hoe zullen zij zich verhouden tot elkander en hoe zal hun gebied, hun arbeidsfeer begrensd zijn

en toch weer ineen vloeien.

Wij menschen, door den zondeval aan het stof

Sluiten