Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebonden, overschatten de beteekenis van het lichaam en schrijven er dagelijks allerlei aan toe dat eigenlijk aan de ziel toekomt. Het lichaam ziet niet en hoort niet, het voelt de smart niet. Ontneem aan een lichaam de ziel, werp het in 't vuur, zal het zich daar krommen, trillen en steunen ? Wie voelde vroeger het verteeren van den gloed ? De ziel. Hoe onnadenkend is het dus te zeggen : hoe kan het helsche vuur de ziel pijnigen? (Daarenboven leert de Schrift de opstanding des vleesches, ook der verdoemden (Dan. 12 : 2) en spreekt: (Openb. 19 : 20) „En het beest werd gegrepen en met hetzelve de valsche profeet en deze twee zijn levend geworpen in de poel des vuurs"). Ons lichaam is een bepaalde hoeveelheid stof, waarvan de ziel zich bedient, om te zien, te proeven, te voelen, te lijden en het behoort tot de onbewijsbare beweringen eener ingebeelde wetenschap, dat de ziel in den dood deze heerschappij over de stof geheel zou verliezen en dat haar geenerlei macht over de stof zou overblijven. Hoe kunnen wij dat weten ? Aroeren niet de zielen der duivelen in de zwijnen en wierpen zij ze niet in de zee?

Wanneer de sage ons vertelt, dat afgestorvenen deel genomen hebben aan veldslagen, die beslissend waren voor hun volk, zoodat na de slag van Soissons de geesten der verslagenen nog drie dagen in de lucht streden, bij Salamis de geesten van lang gestorven helden de Grieken te hulp kwamen en de dreigende gestalte van Achilles Alarik voor de poorten van Athene deed beven, acht ik het groote aanmatiging

Sluiten