Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder meer, spottend dingen te ontkennen, waarvan wij niets weten en niets weten kunnen. Zijn zij, die hun oordeel zoo spoedig geveld hebben, neergedaald in het schimmenrijk en hebben zij zijn geheimen doorvorscht? Kennen zij de toestanden en de krachten van de Hades, de wetten van de Scheool weten zij wat de heen gereisden vermogen of niet vermogen ? Eerbied voor de dooden, de velen, de talrijken, zooals de Grieken ze noemden, waartoe wij zelf spoedig zullen beliooren. Zij zijn grooter dan wij, want zij kennen wat wij niet kennen, het leven en den dood, zij zijn onsterfelijk! Zij zijn het rijk der waarheid ingetreden, waar het bedrog niet meer tieren kan en de leugen onmogelijk is. Zij hebben het recht als stomme toeschouwers, weemoedig of verachtelijk te glimlachen, over ons sterfelijke menschen, die terwijl wij ons eigen bestaan niet doorgronden kunnen en door den schijn bedrogen, steeds door den dood bedreigd worden — onszelf, terwijl wij dagelijks sterven, „de levenden" noemen.

Voor God zijn wij oneindig klein, alle volken der aarde zijn als een druppel aan den emmer, de mensch is een bijna onzichtbaar puntje, een atoom in het reusachtig heelal. Voor God zijn wij oneindig groot of zullen wij niet in de eeuwigheid der eeuwigheden tot Hem opwassen, naar Hem ons uitstrekken? Maar reeds ons lichaam is voor Hem een universum en een kosmos, waarin geheele zonnenstelsels van wonderbare organismen zich bewegen, een geheimzinnige werkplaats van de onverpoosd denkende ziel,

Sluiten