Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorvallen afgespeeld, als op de geheele aardoppervlakte te zamen.

Opdat lichaam, ziel en geest te zamen onstraffelijk bewaard zonden worden, is aan de ziel de geest medegegeven, de goddelijke wachter, wiens stem het geweten, de rechter over het doen der ziel is. Op zijn bestaan wijst de strijd in het binnenste, maar al te goed bekend: „Twee zielen wonen, ach! in mijne borst". Maar het zijn niet twee zielen, die met elkander strijden en ook strijdt niet de ziel met zichzelf en is het met zichzelf oneens; zij toch is een eeuwige eenheid; neen het zijn ziel en geest, die met elkander strijd voeren. „De geest strijdt tegen het vleesch en het vleesch tegen den geest". Het vleesch is de vleeschelijke, wereldsch gezinde ziel. De geest zondigt niet, hij keert in den dood tot God terug, die hem heeft gegeven. Hij blijft in Zijn beginsel, hoezeer ook belemmerd en teruggedrongen door de zonde, die zoo machtig werkt in de ziel. Hij ziet toe en oordeelt ; als de ziel naar zijn stem hooren wil, waarschuwt hij haar: „Zoek ergens anders, zoek boven de bronnen van uw leven, gij zijt goddelijk. Het dier heeft lichaam en ziel alleen; de mensch moet als beelddrager Gods een drieeenheid zijn.

Omdat de geest niet is van deze wereld en als toeschouwer en rechter staat tegenover het doen en drijven der ziel, terwijl aan de ziel de groote taak is opgelegd deze wereld te leeren kennen en te overwinnen, omdat zij heeft te voeren den strijd des levens? de keuze heeft te doen, het lijden heeft te lijden en

Sluiten