Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken te voorschijn te brengen. Deze scheppende kracht en verbeelding is niet het genie — daartoe behoort ook nog de ijzeren wilskracht en het machtige heldere zien van het ware — maar zij is er toch onafscheidelijk mede verbonden.

Deze verbeeldingskracht — van imago (beeld) — dus beeldende kracht, slechts onvolkomen door het woord fantaisie weergegeven, bezit ieder mensch, eenigermate altans; voor originaliteit, improvisatie, het beeldende woord, de kunstvaardigheid, de ware poësie is zij in hoogere mate onontbeerlijk; zoo heeft ook iemand met groote verbeeldingskracht meer leed en meer vreugd in zijn leven. Deze kracht kenmerkt zich reeds daardoor als oer-eigenschap der ziel, dat haar quantum onvervreemdbaar en onveranderlijk bezit blijft. Door ernstige studie, kan hij, die geen verbeeldingskracht bezit, zich veel omvattende kennis, logisch denken, klaarheid van begrip, gemakkelijkheid van uitdrukking verwerven, maar de verbeeldingskracht laat zich niet vermeerderen. Deze gave, om zijn gedachten te kleeden in concreten vorm, ze een passend gewaad aan te trekken, blijft hem ontbreken.

Eén wijze van verbeelden, blijft ook den aan imaginatie armste over, de inbeelding omtrent het eigen ik, de zelfzucht, het rustelooze zoeken en nooit vinden van zichzelf. Ja, de zwakke naturen, die zoo gaarne bereid zijn, sterke, geweldige individualiteiten van zelfzucht te beschuldigen, zijn meestal op hun kleine, schuchtere manier, binnen hun geborneerde horizont,

Sluiten