Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de nieuwe en echte wereld zijn de krachten der toekomende wereld niet meer uiterlijke gaven, maar innerlijk bezit der verloste ziel. Evenals hun hemelsch lichaam heer en meester zal zijn van de elementen en natuurkrachten, die het uitstraalt, zoo zal de ziel alle krachten des geestes bezitten, waarmede zij arbeiden mag tot Gods eer en eigen vreugd.

Ik ken geen beter beeld voor het leven der ziel, dan dat, van den machtigen waterstraal, en den schuimenden geiser, die uit de diepte doorbreekt. Ziet hoe hij duizendvoudig fonkelend in het zonnelicht, onophoudelijk boven zich zelf uitstroomen wil, hoe hij in zich terugvalt en weer boven zichzelf zich tracht te verheffen en altijd hooger wil komen. Zoo zal misschien de vreugde der majesteit eeuwig in de zeven geesten Gods koken en opbruischen, opstijgen en altijd hooger stijgen. Want is de ziel niet goddelijk en oorspronkelijk een wezen dat vrijheid, macht, schoonheid, zaligheid bezit ? Zou het niet haar grootste vreugde zijn, dat zij altijd in levendige beweging ware, en opsteeg en altijd opnieuw zichzelf voortbracht.

Arme ziel, hoe gaarne zoudt gij hier beneden u zelf kennen! Hoe hebt gij sedert 6000 jaren over uzelf nagedacht, hoeveel over uzelf gesproken, neergelegd in philosophie en heldendichten, blij- en treurspelen en romans! Hoe weinig echter hebt gij tevoorschijn gebracht ? Is er grootere ellende dan zichzelf niet te kennen? Behoorde een eeuwig wezen, door God geschapen, niet te weten wat het is, wat het kan, vanwaar het komt, waarheen het gaat, waardoor en

Sluiten