Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jonge aarde bedekte, en dat na geweldige omwentelingen en veranderingen van den aardkorst de zeeën wemelden van groote zeemonsters en de vogels begonnen te vliegen in de lucht? en dat eerst later „het vee en het gedierte" de dinotheriën en megatheriën op de aarde verschenen? terwijl eindelijk en ten laatste de rnensch geschapen werd, van wien geen enkel beentje in alle vroegere aardlagen gevonden wordt?

Waar vindt men dan in dat alles Hebreeuwsche mythen, overleveringen vol van sagen? Ieder woord is waarheid. Dat hebben natuuronderzoekers en geologen als Prof. Mutzel (de Oer-geschiedenis) Buckland, Murchison, Hugh Miller, Marcel de Serres e.a. grif toegestemd. Zoo zegt reeds Cuvier, de geniale grondvester van de leer der versteeningen: „Mozes heeft ons een kosmogonie nagelaten, waarvan de nauwkeurigheid iederen dag op bewonderenswaardige wijze wordt bevestigd." Zoo schrijft Marcel de Serres, die door sommigen voor den grootsten geoloog van Frankrijk in de vorige eeuw gehouden wordt in zijn kosmogonie: „Wordt het bijbelwoord door de meest welgestaafde geologische feiten als lengen aan de kaak gesteld? In geene deele! De wetenschap zegt hetzelfde als de overlevering (de bijbel)."

In denzelfden geest laat zich, om ook een der nieu weren te doen spreken, Prof. Fraas hooren. Ofschoon het hem er heelemaal niet om te doen is bijbel en geologie te vereenigen, verdeelt hij in zijn bekend werk: „Voor den zondvloed" de geschiedenis der aarde in de volgende groote tijdperken: I. Voor-

23

Sluiten