Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Planeten, kometen en zonnen verwijderen zich nu eens van het middelpunt der aantrekking en deikracht, zij worden langzamer in hun bewegingen, nu eens naderen zij dat middelpunt weer met nieuwe kracht en snelleren loop. Zoo stijgt en daalt op onze zon, op de veranderlijke sterren, waarschijnlijk ook op al de andere de geheimzinnige, innerlijke levenskracht. Zoo slaapt in den winter de gansche natuur in, om in 't voorjaar wakker te worden en in den heeten zomer haar krachten te ontplooien. De eene helft van de menscliheid werkt bij afwisseling in 't licht van den dag om daarna gedurende den nacht in den slaap te verzinken. Zoo moet aan elke daad waarlijk rijk aan gevolgen een stil en rustig nadenken, aan iedere geboorte een tijd van broeding, aan iedere machts-ontplooiing een concentratie van macht voorafgaan. En dit alles grijpt plaats, omdat er in God is een afwisseling van arbeid en rust. Tevens spreekt God ook een wet des tijds uit. Hij zondert af, Hij heiligt den zevenden dag. In de wet van Sinaï zien wij hoe dit woord altijd verdere kringen beschrijft. Daar wordt een sabbat van een jaar verordineerd na zes jaren en na zevenmaal zeven breekt de groote sabbat, het jubeljaar aan, en brengt met zich uitdelging van alle schuld! Deze wet des tijds is eeuwig, omdat haar oorsprong en oorzaak niet ligt in het drijven van den mensch, maar in den wil van een God, in Wien geen verandering is. Eeuwig, door de eeuwigheid der eeuwigheden worden volgens het zevental op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemelen, altijd

Sluiten