Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootere, lioogere, heiligere Sabbaten gevierd door de verlosten, door de nieuwe menschheid, door de engelen en door de hemelsche werelden, door gansehe scheppingen.

Door 't feit, dat God den zevenden dag heiligt, omdat Hij op dien dag rustte van Zijn arbeid, en dien dag als een feest der ruste schenkt aan Zijn volk, openbaart Hij, dat bij Hem en in Hem, de rust nog grooter, schooner, vreugdevoller, hooger, heiliger is dan de arbeid en het scheppen. Welk een denkbeeld! Hier aanbidden wij vol verbazing.

En God rustte van al Zijn werken. Welnu, dan zal ook ik, naar Zijn beeld geschapen, eenmaal rüsten van mijn arbeid. Een wandelaar, door zorg en kommer gedrukt, kwam eens aan een dorpskerkhof op een eenzamen heuvel aan de zee, met een kerkje, dat wel duizend jaar oud kon zijn; hij trad door de vervallen poort, op de verlaten, met onkruid bedekte graven toe, en zette zich neer op een steen. Hij liet het moede hoofd op de borst zinken en onwillekeurig schoten hem de woorden te binnen: Ach was ik maar niet meer op aarde, bezig in de dingen der wereld; hier heb ik toch geen blijvende stad; heden of morgen is het einde er! Toen viel zijn blik op een steen met -mos overdekt en hij las: „Hier rust in God, N." Toen doorstroomde een gevoel van goddelijke rust zijn ziel en in de hoop, ook eenmaal in God te rusten, greep hij zijn wandelstaf en trok verder. Ja, vermoeid hart; eens moogt gij rusten. Niet in den nacht der vernietiging, neen in Gor>! Wat verlangt

Sluiten