Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de reuzentaak ten deel viel een wereld verder te verlossen en altijd dichter bij God te brengen, deze Majesteit, wien God niet slechts een werelddeel aanbiedt als residentie, maar wien Hij een lusthof aanwijst, direct en bepaaldelijk voor hem door God toebereid, neen waarlijk, deze Adam was niet wat wij heden noemen, een goed, een voortreffelijk, een wijs man. Hij was een schepsel Gods welks majesteit wij eerst verstaan zullen in de opstanding der rechtvaardigen.

Culmann zegt van zijn heerlijke woonplaats: „omdat zij aan het evenbeeld Gods als woning was toebedeeld, moest zijzelf evengoed een beeld en gelijkenis des hemels zijn als de mensch beeld en gelijkenis Gods was. Het feit, dat God in Eden wandelt „toen de dag koel geworden was" dat Hij na den zondeval den openstaanden troonzetel zelf bezet en Zijn Cherubim daarvoor plaatst, bewijst, dat deze ruimte werkelijk een hemelsche woonstede op aarde was. Als men beweert, dat het paradijs slechts een schoone, aardsche tuin is geweest, dan moest men toch ook eens aantoonen, hoe het verdwijnen kon. Een stuk land toch kan wel woest maar niet onzichtbaar worden. Men verklare ons, hoe het mogelijk is, dat iets, hoewel verdwenen, toch nog ergens aanwezig is, omdat anders noch Jezus met den moordenaar aan 't kruis door den dood, noch Paulus door geestverrukking (2 Cor. 12) in het paradijs hadden kunnen komen. Het paradijs was de goddelijke substantie bestemd voor den mensch

Sluiten