Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zij omringde en voedde den mensch evenals de substantie van het ei het kuiken voedt, dat uitgebroeid wordt. Omdat echter deze substantie de meest werkzame levenskracht bezit, moest, waar zij met den mensch in aanraking kwam, een hemelsclie lusthof der verheerlijking en heerlijkheid ontstaan. Als goddelijke substantie kon het verdwijnen, als lusthof was het een aardsche tuin. Omgeven door dit goddelijke, dat zich aan den mensch vertoonde in alle denkbare graden van het stoffelijke der vruchten in het paradijs, tot aan het persoonlijk verschijnen van God, genoot de mensch van een heerlijkheid en zaligheid, waarvan wij ons in onzen tegenwoordigen toestand van diepe vernedering slechts bij benadering een voorstelling kunnen vormen. (Christel. Ethiek, pag. 31 en 3*2.)

Nadat God Zijn evenbeeld in het paradijs geplaatst heeft, geeft Hij hem, gelijk Hij dat gewoon is te doen, dadelijk een taak. „ Want als de Heere God uit de aarde al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zoo bracht Hij die tot Adam om te zien hoe hij ze noemen zou, en zooals Adam alle levende ziel noemen zou, dat zou haar naam zijn." (Gen. 2 : 19.) Evenals de eerste scheppingsdaad Gods was dat „IIij sprak" zoo moest dat ook het eerste bij Adam zijn. Hoe opmerkelijk, dat God niet zelf de dieren namen gaf, omdat Hij toch bij de schepping de namen der groote eenheden vastgesteld had. Hier doet Hij afstand van Zijn recht, Zijn schepselen zelf naar Zijn wijsheid namen te geven en Hij vertrouwt

Sluiten