Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heer over ons! Geef ons namen, opdat wij weten zouden wat wij zijn; wij willen U gaarne dienen. Wees barmhartig over ons, en trek ons tot U op!" Met deze uitspraak: „en dat zal hun naam zijn" werd ook om Adam de kring van de eigen taal getrokken. Daarmee stelde hij voor zichzelf de wetten vast, volgens welke hij van nu aan de groote, schoone krachten van het geluid, de geheimzinnige klinkers en medeklinkers tot openbaring zijner gansche ziel gebruiken zou. A oor de engelen als toeschouwers rondom geschaard, werd hem door dit examen een plaats in de hemelsche hierarchie aangewezen, want dit is wet des geestes.

Uw woord, verheven of gelijkvloersch, bepaalt de plaats

waar gij staat. Hoe groot -en beteekenisvol was toch deze naamgeving der dieren, deze taak, door God zelf Adam op de hand gezet! Hij slaagde in zijn examen hebben wij opgemerkt. Ja, in formeel opzicht. Hij bracht het tot een goed eind! Hij sprak duizende namen, treffende, beteekenisvolle, magisch krachtige namen uit over het dierenrijk ; en aan dit naamgeven bemerkten de dieren, dat zij door hem gekend waren en zij bogen zich voor hem als voor hun heer en koning. Maar lag misschien reeds in deze taak de verzoeking ? Kwam te midden van de dieren ook reeds de slang tot hem ? Liet zij zich door hem een naam geven en heeft hij haar geheel doorzien ? Is Adam, inplaats van met souvereine majesteit deze schepselen tot zich op te heffen, te veel tot hen afgedaald, heeft hij misschien te diep een blik geslagen in de grondbeginselen van dit geheimzinnige

16

Sluiten