Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man en vrouw voor altijd vast. Dat zijn vreugdaanbrengende gebeurtenissen in 't paradijs, van welker majesteit en schoonheid wij ons geen voorstelling meer kunnen maken.

In geheimzinnig, even aangeduid verband met deze scheiding der geslachten, oorspronkelijk niet door God gewild, vertoont zich nu de zondeval. Indien geheel de nieuwe wereld een paradijs geweest ware, waarom heeft God dan niet deze geheele schepping door een muur omringd en met het zwaard aan de slang den toegang ontzegd? Hoe kon „de oude slang, die de geheele wereld verleidt" tot midden in het paradijs dringen? Van Gods kant uit is dit alleen te verklaren, wanneer wij aannemen dat deze slang, de duivel, op deze aarde een natuurlijk recht bezat, als voormalig bewoner en bezitter ervan, evenals hij later op de vraag Gods: Van waar komt gij? antwoordt: „Van om te trekken op de aarde en van die te doorwandelen." (Job 1.) Hij verklaart daarmede, zij is mijn rijk, dat weet Gij, Gij moogt haar mij niet ontnemen, totdat haar tijd voleindigd is. Van Adam staat opgeteekend: hij moest den hof bebouwen en bewaren. Is hij daarin tekort geschoten ? Had het aan hem gestaan de slang den toegang te weigeren? Men zou geneigd zijn te zeggen, dat hier de eerste zwakste aanvangen der schuld te vinden waren.

Van dezen geheimzinnigen zondeval zegt Culmann: \ oor alles moet de opvatting worden afgewezen, die beweert, dat God met het verbod den mensch slechts

Sluiten