Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en mijne zonden dagelijks deze krachten opnieuw. „De geest en de rook, die van den booze op de aarde stijgt" zoo leerde de oud-joodsche wijsheid, „verdonkert en omfloerst de heerlijkheid des hemels, zoodat zij niet meer met haar lichtend, zegenend aangezicht naar beneden zien kan, en haar krachten kan toestralen aan de lagere wereld." „Hoe lang," zoo vraagt de profeet, „zal het land treuren en het kruid des ganschen velds verdorren? Vanwege de boosheid dergenen die daarin wonen, vergaan de beesten en het gevogelte." (Jer. 12 : 4). Ja zeker, gij spotters, ieder misgewas, ieder ongedierte, bladluis of coloradokever is de vrucht van de boosheid van de bewoners der aarde! Maar hoe, waar, wanneer en wien God daarmee nu straft, dat ligt natuurlijk niet zoo voor de hand. Hij kan het veld der weduwe laten verdorren en aan den rijken woekeraar een overvloedigen oogst geven; want Zijne wegen zijn niet onze wegen en Zijne gedachten zijn niet onze gedachten! Straf is bij Hem dikwerf erbarmen en straffeloosheid een ontzettend oordeel. Want alles wordt opgeschreven. „In den dag, waarin Ik straffen zal, zal Ik hare zonde bezoeken." Heeft het aardrijk gedeeld in onze schuld, dan zal het ook deelen in onze verlossing. „Voor een doorn zal een denneboom opgaan, voor een distel zal een mirteboom opgaan. (Jes. 55 : 13); de woestijn en de dorre plaatsen zullen hierover vroolijk zijn, en de wildernis zal zich verheugen en zal bloeien als een roos. Zij zal lustig bloeien en zich verheugen, ja met verheuging en

Sluiten