Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun rijkdom, deze niet omdat zij den arbeid schuwen. Zij staan zedelijk het laagst en in den letterlijken zin liggen zij op des duivels oorkussen. De mensch is door de zonde bijna ongeschikt voor een gezegende Sabbathsrust. De ervaring, die men op Zondag opdoet, als men het juk van den arbeid aflegt, bewijst het. Laat de zegen van die dagen voor den Christen groot zijn, hun vloek is voor den ongeloovige nog grooter. Want deze zijn op den zevenden dag zevenmaal erger dan op werkdagen. Als ze op de werkdagen dieren zijn, zijn ze op Zondag zeker beesten. (Christ. Ethiek Pag. 64 en 65), Natuurlijk echter moet de arbeid evenals alles een ernstig doel, een geestelijken inhoud hebben. Hij moet zijn een inspanning niet alleen van hand of voet, of van een paar spieren, maar ook eene van het hoofd, ja ook het hart moet er bij betrokken zijn; anders is hij den mensch onwaardig en wij kunnen hem niet liefhebben. Als wij den arbeider zulk werk niet geven kunnen, dan helpt geen acht- of zesurige werkdag, en zijn wij met onze geheele industrie op den doolweg.

Arbeid! Gave Gods ! een gave van toorn en van liefde, wees ons gezegend! Zou het zoo hebben moeten zijn ? Zou moeitevolle arbeid een oer-natuurwet, een noodzakelijkheid zijn? Neen! De natuur zelf toont ons dat: „Aanziet de leliën des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet en spinnen niet." Of zou God onzen arbeid noodig hebben? Hij heeft ons werk niet noodig, Hij kan, wanneer Hij wil, ons dagelijks manna uit den hemel doen regenen, Hij

Sluiten