Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

De schuld en het klaaglied der schepping1.

Wat heeft nu de mensch met deze goddelijke schepping gedaan? Hoe en waartoe heeft hij ze gebruikt! Heeft hij den Schepper in haar gevonden of ook slechts gezocht? Het antwoord is een verpletterende aanklacht tegen de menschheid. Wat zal zij in den dag des gerichts antwoorden, wanneer de Schepper haar daarvan rekenschap vraagt? Wat hebt gij gedaan met het talent dat ik u toebetrouwd heb? II ai hebt gij gedaan met Mijne schepping f zal Hij eens de menschen, de afzonderlijke personen zoowel als de volkeren, vragen.

Ik heb u het licht gegeven en oogen om te zien — zoo zal Hij hun zeggen — gij hebt de schepping gebruikt tot een lust uwer oogen alleen; gij hebt Mijn lichtstraal bezoedeld; het heelal is vol van eeuwige lichtbeelden van uw hoogmoed en uw ïjdelheid, van het nietige en verkeerde, van de begeerlijkheid der oogen en de begeerlijkheid des vleesches en de grootscheid des levens. Wat heeft uw kunst met Mijn kleuren geschilderd? Naast zeer weinig waarlijk schoons en waars, hoeveel nietigs, kinderachtigs, waanzinnigs, zondigs!

Sluiten