Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkeren. Haar heden is vrucht van haar verleden. Indien wij de grootheid, de goederen, de wetenschap, het aanzien, de macht onzer vaderen erven, is het niet meer dan billijk en rechtvaardig, dat wij ook ons deel dragen aan hun schuld. En wij deelen daarin. Men ziet het ons, der tegenwoordige menschheid aan, dat een schuld van zesduizend jaren haar den rug kromt en den levensmoed beneemt. „Niemand lacht meer", zegt een Franschman, „als in den tijd van den ouden Homerus, geen kind, geen jonkvrouw, geen grijsaard.

Of zouden wij deze ontzaglijke schuld van onze schouders werpen, door te zeggen: wij zouden zoo niet hebben gedaan ! Dan zouden wij toonen onszelf zeer slecht te kennen. Ieder van ons heeft in zich alle kiem en zaden van het kwade. In ieder onzer sluimert het dier, dat als een jonge tijger, alleen de klauwen nog niet uitsteekt en slechts schijnt te spelen. De harde arbeid en de moeite des levens, de zorg en de kommer en ook bovenal Gods genade houden hem onder tucht. Indien echter dit alles ophield, indien God eens alle banden van zede en wet, schaamte en opvoeding losmaakte, wat dan ? Ook gij, die nu met verbittering een rechtsgeding voert met uw naaste, zoudt wanneer gij autocraat waart— hem zonder complimenten, zijn have en goed afnemen; ook gij, vol van hoogmoed en ziekelijke ijdelheid, zoudt u als Nero, als een God laten aanbidden; ook gij, opvliegende natuui, zoudt, dronken van macht, het bevel gegeven hebben, duizenden te dooden. Ook gij, die belust zijt

Sluiten