Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergeet te leven, hij vreest voor den dood. Het sterven veroorzaakt ontzaglijk veel leed. Het valt moeilijk, het lieve kindje te zien sterven, dat in zijn lijden om hulp roepend, ons aanstaart, die niet helpen kunnen; of de trouwe levensgezellin, met wie wij lange jaren vreugde en leed hebben gedeeld, of de ouders, die ons als weezen achterlaten; het valt moeilijk in den ouden dag de kring al kleiner en kleiner te zien worden van hen, die wij hebben liefgehad en die ons hebben verstaan. Het doet pijn, eindelijk dit lichaam te verlaten, laat het nu nog zoo broos en bouwvallig zijn en zoo doorploegd van kwalen. \\ ij hebben er toch zooveel in doorleefd en mede doorgemaakt en het is eigenlijk ons eenige aardsche bezit. Het doet pijn, hen die wij liefhebben achter te laten op de gevaarlijke, onstuimige zee en zelf over te varen, ja waarheen? Want ons geweten houdt ons onze schuld voor, ook die wij lang vergaten. Achter ons het verbeuzelde en verspeelde leven met zijn begeerlijkheid des vleesclies en de begeerlijkheid der oogen en de grootschheid des levens, het onvoltooide van al onzen arbeid, de heele nietige ijdelheid van ons gansche bestaan! En voor ons — ergens — eens — op de een of andere wijze — doch onherroepelijk zeker een afrekening, een afsluiten an het grootboek, een balans van debet en credit, een oordeel

en dan welk een oordeel ? Dat kan aan de arme

ziel het koude zweet wel uitpersen.

Gij sterft — en wat dan ? Tot aan het graf doen zij u uitgeleide met bloemen en kransen ; zij erpeu

Sluiten