Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerlijk droomleven leidde ik toen! Ook als gorilla was ik nog gelukkiger. Vrij, zonder zorg, door alle dieren ontzien, zonder vrees voor een hunner trok ik met vrouw en jongen door het oer-woud, heel wat sterker en gezonder dan tegenwoordig, en vond vruchten in menigte! Ik behoefde nog niet in 't zweet mijns aanschijns dag in dag uit op 't kantoor of in de fabriek te zijn, ik wist nog niet van zorgen voor het dagelijksch brood en concurrentie, van sociale vragen en inrichtingen voor zenuwziekten. Dat was nog eens een bestaan! Waarom moest ik mensch worden? En welke nieuwe smarten zal de volgende trap van evolutie mij brengen? Hoeveel zal ik nog, fijner en teederder gebouwd, voorzien van nog veel gevoeliger organen, te lijden hebben van allerlei invloeden van buiten, en aan hoeveel gevaarlijke stoornissen zal mijn nog samengestelder machinerie blootgesteld zijn! En wie weet, welke hersenschimmen op moreel en godsdienstig gebied nog veel kwellender dan de tegenwoordige, de eeuwige stof en mijn hersens nog rijker aan phosfor, mij nog voortooveren zullen? Wel is waar zeggen de geleerden mij, dat de evolutiegang ook een achterwaartsche zijn kan, zoodat ik weer een gorilla en daarna een alge kon worden, dan zou de zware, doellooze menschendroom uitgedroomd zijn. Maar anderen zeggen: ja, de soort, de genus homo zal misschien — zeker zijn wij er niet van — zulke evoluties doormaken, maar gij krijgt daarvan niets te zien, want lang voor dien tijd zult gij weer ontleed .zijn in uw chemische verbindingen. Wat! ben ik

Sluiten