Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

Het oordeel en de nieuwe Schepping.

Wat volgt met logische noodzakelijkheid uit de schuld en uit het lijden der schepping voor hem, die in 't algemeen nog aan eenen God gelooft? Een oordeel over deze schepping en, een nieuwe schepping.

Ook dat hebben de volkeren van oudsher gevoeld, vermoed, geloofd, geweten. Waar is een volk, dat niet aan een vergelding na den dood, onder welken vorm dan ook, gelooft, dat niet hoopt op iets beters aan gene zijde van het graf, op een wereld, waar schuld en lijden ophouden? Hierover zijn allen het eens, Egyptenaren en Assyriërs, Grieken en Romeinen, Scandinaviërs en Kelten, Atzeten en Peruanen, ja ook Patagoniërs, Tongoesen en Laplanders, Eskimo's en Kaffers: er is een oordeel en er is een betere wereld.

Alle godsdiensten zijn in zoover waar, als zij alle gebouwd zijn op deze geloofsbelijdenis: er is een God en Schepper van het heelal; deze God moet, opdat Hij waarlijk God zij, een rechtvaardig God zijn, en Hij zal eens de wereld richten in gerechtigheid, aan den booze zijn straf, aan den goede zijn loon niet onthouden en een eeuwig rijk van het goede oprichten. Zonder deze basis zijn het geen godsdiensten meer,

Sluiten