Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog altijd de engelen, die over deze natuurkrachten de wacht houden en ze de uitoefening van hun functiën waarborgen, deze krachten in toom te houden tot dat het getal der uitverkorenen vol is. (Openb. 7 : 1—4).

Deze schepping schijnt ons toe voor de eeuwigheid vast te staan ; inderdaad staat zij in onvast evenwicht op de punt van een naald. Wij meenen dat zij geen gevaar loopt en zij gaat inderdaad zwanger van schrikkelijke gevaren, zij is er door omringd en onophoudelijk door bedreigd. Er zijn geen grootere, verschrikkelijkere catastrophen noodig om haar of de aarde en ons met haar te vernietigen. Evenals een water- of bloeddruppel in de hersenen, de beet van een mugje, een koude luchtstroom of een zonnestraal voldoende is om een mensch te dooden, zoo behoefde maar een beetje koolzuur heen te dringen door de aardspleten en ziet, de geheele menschheid sliep in om niet meer te ontwaken. Menige bacil kan zich in twee uren verdubbelen, verviervoudigt zich in vier uren, brengt in zes uren acht nieuwe bacillen te voorschijn enz. en in vier en twintig uur vele billioenen. Indien er nu niet allerlei storende invloeden tusschenbeide kwamen, zouden in acht dagen alle zeeën, ja de geheele atmosfeer door hen vervuld, verpest, verontreinigd zijn. Wat zou het zijn, indien God tot zulk een onzichtbaar wezen sprak: Ga heen in deze uwe kracht en verderf de wereld!

Een paar atomen, veranderd in de samenstelling van lucht en water, of laat het slechts zijn aan het atoomgewicht van water of zuurstof, een paar honderd

Sluiten