Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreest, en dien, die Hem niet vreest. En uw mond zal vol zijn van lachen."

De kiemen van het komende gericht, zoo zeiden wij, liggen reeds in de tegenwoordige schepping. Reeds nu straffen die wetten, die in haar zijn, die haar regeeren, onverbiddelijk den overtreder. Evenals hij, die de handen in 't vuur steekt, zich brandt, en die van den berg afstort verpletterd wordt, wreekt zich iedere overtreding, ieder misbruik, der goddelijke natuurwetten omtrent de voeding, het waken, het slapen, enz. Zoo ligt reeds in 't wezen van het licht, het oordeel over de duisternis. Licht is synoniem met zien, erkennen, wijsheid, waarheid; duisternis met blindheid, onwetendheid, dwaasheid, leugen. Dit axioma, dat de geheele schepping doorwaait draagt de gevallen mensch nog altijd in zich om — anders zou hij niet meer vatbaar zijn voor verlichting — en zelfs de goddelooze beroemt zich op zijn duisternis als op het licht en noemt zijn vijanden duisterlingen en dompers. Vanwaar komt deze oer-idee van het licht? Zij stamt uit het feit, dat God Licht is. Hij is de eenige bronwel van alle kennis. „In Uw licht zien wij het licht". Satan is het principe deiduisternis. Evenals God in Zijn woord licht uitstraalt over ons, zoo het ongeloof, duisternis. De God van het ongeloof, de oer-stof, is duisternis en duisternis is ook wat deze verlichte menschen aanzien voor de hoogste wijsheid. Vanwaar zij stammen, zij weten het niet. Notre père, le néant, onze Vader, het niet! zoo riep de verlichte Renan uit als het kort begrip

Sluiten