Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proces, dat eeuwig Zijn glorierijke loop voortzet, meer storen. De machten der duisternis zijn gevallen.

Wij leven hier beneden in de schaduw der aarde, die zich in de wereldruimte kegelvormig, nog iets verder dan de maan, uitstrekt, en daarom haar ook verduisteren kan. Dat is ook een symbool. A\ ij vinden derhalve, dat het vanzelf spreekt, dat wij eiken nacht in deze schaduw ondergedompeld worden. Deze onderdompeling is niet alleen een verduistering van het lichamelijk zien, maar ook van de kennis der zichtbare wereld, die wij met allerlei kunstlicht zoeken te bestrijden. Indien wij ons konden verheffen boven de schaduw der aarde, zou zouden wij zijn in een licht, dat nooit ophoudt, want in de wereldruimte is geen nacht. Slechts kleine lichaampjes die het licht niet doorlaten, de planeten en manen, werpen kleine schaduwkegels er in. Dat alles heeft groote beteekenis voor de physica des geestes. Het is onnatuurlijk, of wat op 't zelfde neerkomt, ongoddelijk, dat er lichamen zijn, stoffelijke sfeeren, die zich stellen tegen het licht, deze vreugde en dit leven van de stof en het „terugkaatsen'. Ook het feit, dat wij schaduwen werpen is een geest, oorspronkelijk lichtend en in God levend onwaardig, dat isdebooze kant van onze ikheid. Dat voelt de kunstenaar, die nooit een engel schildert, die een schaduw weipt, evenals Dante zich de zielen aan de andere zijde van het graf, ten zeerste daarover laat verwonderen, dat hij en Virgilius een schaduw hebben. \\ ie de samenhang tusschen de stoffelijke en de geestelijke wereld

Sluiten